Arbeiders in de bouwsector moeten vaak aan de slag in barre weersomstandigheden. Regen en wind in de herfst, sneeuw en vorst in de winter en een brandende zon tijdens de zomermaanden… Bij slecht weer kun je als werkgever beslissen dat je werknemers niet verder moeten werken. Of je kunt de gepaste maatregelen nemen om hen optimaal te beschermen. Een overzicht van de regels die je hierbij moet respecteren.

Wat is slecht weer?  

Slecht weer verwijst naar de meteorologische omstandigheden op een bepaald moment. Die moeten er de rechtstreekse oorzaak van zijn dat je werknemers hun werk niet kunnen uitvoeren. 
 
Zo is vorst in de bouwsector een rechtstreekse oorzaak om de werkzaamheden stil te leggen. Door vriestemperaturen kunnen materialen of grondstoffen bijvoorbeeld zo hard worden, dat ze moeilijk bewerkbaar zijn. Maar een vrachtwagen met grondstoffen die omwille van de vorst niet op de bouwwerf aankomt, is geen reden voor tijdelijke werkloosheid omwille van slecht weer. Eventueel is het wel mogelijk om overmacht in te roepen worden als aanleiding voor het verlet. 
 
Ook te warm weer kan een reden zijn om het werk in de bouw tijdelijk op te schorten. Doorwerken bij grote hitte is immers niet zonder gevaar voor de gezondheid. Bovendien moet je als werkgever verplicht een aantal maatregelen nemen om het ongemak te verminderen als er bepaalde temperaturen worden overschreden. 

Hoe bescherm je je medewerkers bij grote hitte?  

Met de zomermaanden in aantocht, focussen we in dit artikel op de bescherming van werknemers in de bouw bij hoge temperaturen. 
 
De maximumwaarden voor wat blootstelling aan hitte betreft, hangen onder meer af van hoe belastend het werk is. Je moet rekening houden met de volgende waarden:  

  • > 18 °C voor zeer zwaar werk (bijvoorbeeld in de bouw, zoals zwaar spitten en graven,  ladders en trappen beklimmen, …); 

  • > 22 °C voor zwaar werk; 

  • > 26 °C voor middelmatig zwaar werk; 

  • > 29 °C voor licht werk (bijvoorbeeld kantoorwerk). 

De werkkleding aanpassen is een van de maatregelen die werknemers zelf kunnen nemen om zichzelf te beschermen tegen zon en hitte. Als werkgever is het je taak om hen hier voortdurend attent op te maken. 

Daarnaast moet je ook deze aanvullende maatregelen nemen: 

  • je werknemers beschermen tegen direct zonlicht (via luiken en jaloezieën op de werfkeet en via een zonnescherm en hoofddeksel in de buitenomgeving); 

  • voldoende verfrissende dranken aanbieden; 

  •  binnen de 48 uur  een verluchtingssysteem in de werklokalen installeren; 

  • rusttijden vastleggen als de maximale temperatuur langer duurt dan 48 uur. 

Die maatregelen kun je uiteraard ook preventief nemen, al dan niet in overleg met de preventieadviseur en/of arbeidsarts in je bedrijf (indien van toepassing). 

Verhoogde ozonwaarden  

 Wat vaak uit het oog verloren wordt, is dat bij aanhoudend warm weer vaak verhoogde ozonconcentraties optreden. En ook die kunnen schadelijk zijn voor werknemers die in een buitenomgeving zware fysieke inspanningen verrichten.  
 
De arbeidsreglementering bevat echter geen enkele specifieke bepaling over de bescherming tegen ozon als gevolg van de weersomstandigheden. Maar dat betekent niet dat er geen maatregelen genomen moeten worden als de overheid meldt dat ozondrempelwaarden overschreden (zullen) worden. 

Invoering tijdelijke werkloosheid  

Als werkgever kun je autonoom beslissen om tijdelijke werkloosheid in te voeren. Tijdens die periode krijgen je medewerkers werkloosheidsuitkeringen van de RVA. In de bouwsector worden die aangevuld met een vergoeding uit een fonds voor bestaanszekerheid. 

Wist je dat…

… je de buitentemperatuur het best meet met een zogenaamde ‘vochtige globethermometer’? Die thermometer houdt ook rekening met de luchtvochtigheid en met de stralingstemperatuur van voorwerpen in de omgeving. Het is mogelijk dat het resultaat zo lager uitvalt dan de temperatuur die je met een gewone thermometer vaststelt.

Hulp nodig bij het zoeken van medewerkers?

Neem contact op!