ASAP Studentendossier 2016

1.   Wie komt in aanmerking als student?

Volgende jongeren kunnen worden tewerkgesteld met een studentenovereenkomst:

  • studenten van 18 jaar en ouder.
  • studenten van jonger dan 18 jaar die met vrucht het secundair onderwijs hebben beëindigd.
  • studenten van jonger dan 18 jaar die hun secundaire studies nog niet hebben beëindigd en niet meer zijn onderworpen aan de voltijdse leerplicht. De voltijds leerplicht eindigt wanneer de jongere:
    • 16 jaar is geworden
    • of wanneer hij 15 jaar is en hij de eerste twee leerjaren van het secundair onderwijs met vrucht heeft afgewerkt.

Opgelet:
Jongeren die niet meer aan de voltijdse leerplicht zijn onderworpen (en dus deeltijds onderwijs volgen) mogen alleen werken als student tijdens een vakantieperiode, en dan nog alleen op voorwaarde dat geen overbruggingsuitkeringen worden genoten tijdens deze vakantieperiode en zij niet met een deeltijdse arbeidsovereenkomst of een deeltijdse stageovereenkomst werken of gewerkt hebben in het kader van hun deeltijds onderwijs.

De studenten die bij wijze van stage onbezoldigde arbeid verrichten in het kader van hun studieprogramma (bijvoorbeeld verpleger of maatschappelijk assistent), mogen geen studentenovereenkomst sluiten tijdens de stageperiode.

Studenten die zijn ingeschreven in een avondschool of onderwijs volgen met beperkt leerplan (onderwijs van minder dan 15 lesuren per week of minder dan 27 studiepunten), evenals middenstandsleerlingen en industriële leerlingen kunnen geen studentenovereenkomst sluiten.

In de bouwsector worden via ASAP.be geen studenten tewerkgesteld omwille van de specifieke verplichtingen die in deze sector gelden voor uitzendkrachten (oa. volgen van een veiligheidsopleiding,,…).

2.   Inhoud van het studentencontract

De studentenovereenkomst moet voldoen aan een reeks specifieke vereisten:

  • een aantal extra verplichte vermeldingen op het studentencontract
  • vermelding van het arbeidsrooster (begin en einde van de arbeidsdag, begin en einde van de rustpauzen,..) ook als dit rooster voltijds is
  • de studentenovereenkomst moet ten laatste op het ogenblik van indiensttreding ondertekend zijn.

De studentencontracten van ASAP.be voldoen aan alle wettelijke verplichtingen.

Sociaal document

Vermits het studentencontract wordt beschouwd als een sociaal document, moet het door ASAP.be worden bewaard gedurende 5 jaren vanaf het einde van de overeenkomst.

Arbeidsduur

Voor studenten gelden in principe dezelfde regels inzake arbeidsduur als voor de gewone werknemers, zowel wat de maximale als de minimale arbeidsduur betreft.

De regel van de minimale wekelijkse arbeidsduur van 1/3 van de voltijdse arbeidsduur in de sector geldt echter niet voor studenten die met vrijstelling van RSZ worden tewerkgesteld.

Op de 3-uren-regel (minimale ononderbroken arbeidsperiode per dag) bestaat geen afwijkingsmogelijkheid voor studenten, tenzij er in de sector een globale sectorale afwijking bestaat.

Jonge studenten (= jonger dan 18  jaar)

Studenten jonger dan 18 jaar mogen slechts in uitzonderlijke gevallen overuren presteren en werken op zon- en feestdagen. Heb je hierover een vraag, stel deze dan aan je uitzendconsulente van ASAP.

Naast de zondag als rustdag, moet eveneens de zaterdag of de maandag als bijkomende rustdag worden toegekend.

Bij werk op een zondag, een feestdag of op een bijkomende rustdag, moet de jongere minstens 36 opeen volgende uren rust krijgen.

Rustpauzes zijn verplicht :

  • een half uur indien meer dan 4,5 uur wordt gewerkt;
  • een uur per dag waarvan een half uur ononderbroken, indien meer dan 6 uur per  dag wordt gewerkt.
Nachtarbeid

Studenten jonger dan 18 jaar mogen geen nachtarbeid verrichten. Nachtarbeid is de arbeid verricht tussen 20u00 en 06u00.

In twee gevallen kunnen deze grenzen worden verschoven, naar 22u00 en 06u00 of naar 23u00 en 07u00, voor jongeren die ouder zijn dan 16 jaar:

  • indien zij werken verrichten die wegens hun aard niet mogen onderbroken of uitgesteld worden
  • indien zij ploegenarbeid verrichten.

In sommige sectoren (vb. horeca) mag door jongeren die ouder zijn dan 16 jaar gewerkt worden tot 23u00.

Veiligheid en verboden werkzaamheden

De wet voorziet een uitgebreide lijst van werkzaamheden die, om veiligheidsredenen, niet door studenten mogen worden uitgevoerd. De meest voorkomende gevallen zijn:

  • werk met gevaarlijke of ontplofbare producten
  • opstellen en afbreken van stellages
  • slopen van gebouwen
    • bedienen van hefwerktuigen
    • bedienen van gemotoriseerde transportwerktuigen

Het is aan te raden vooraf te overleggen met je uitzendconsulent bij ASAP.be: wij beschikken over alle nodige informatie.

Minimumloon

Voor de vaststelling van het minimumloon moet een onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds jonger dan 21 jaar en anderzijds 21 jaar of ouder.

21 jaar en ouder

  • Bestaan in het betrokken paritair (sub)comité sectorale loonbarema’s, dan zijn deze
    • automatisch van toepassing op de student van minstens 21 jaar.
  • Bestaan deze sectorale loonbarema’s niet, heeft de student van 21 jaar of ouder
    • recht op de betaling van het federale minimumloon:
Maandloon Uurloon (38 uur per week)
€ 1.501,82 € 9.1204

jonger dan 21 jaar

  • Zijn er in het betrokken paritair (sub)comité specifieke loonbarema’s voor  studenten, dan mogen deze worden toegepast, ongeacht de leeftijd van de student.
  • Bestaan er in het betrokken paritair (sub)comité geen specifieke loonbarema’s voor studenten, en is de student nog geen 21 jaar, dan mag de student worden betaald aan een loon dat een percentage bedraagt van het loon van een 21-jarige:

Leeftijd

21

20

19

18

17

16 en jonger

Percentage

100%

94%

88%

82%

76%

70%

Toegepast op het nationaal minimumloon, geeft dit volgende maand- en uurlonen die moeten worden gerespecteerd voor een student jonger dan 21 jaar:

Leeftijd

Maandloon

Uurloon (38 uur per week)

20

€ 1411,71

8,5735 €/u

19

€ 1321,60

8,0262 €/u

18

€ 1231,49

7,4790 €/u

17

€ 1141,38

6,9312 €/u

16

€ 1051,27

6,3845 €/u

Overige aspecten van de arbeidswetgeving

Het uitgangspunt is dat waar geen specifieke bepalingen voorzien zijn, de algemene regels gelden.

Denk hierbij in het bijzonder aan:

  • feestdagen
  • klein verlet
  • loonwaarborg in geval van ziekte
  • loonwaarborg in geval van arbeidsongeval
  • tussenkomst in de vervoerkosten van de werknemer
Vrijstelling van RSZ-bijdragen

Studenten kunnen in bepaalde gevallen worden tewerkgesteld met vrijstelling van rsz- bijdragen.

Deze vrijstelling geldt niet alleen voor de werkgever, maar ook voor de student zelf. Bij vrijstelling van rsz-bijdragen gaat het brutoloon niet verminderd worden met de normale rsz-bijdrage van 13,07%. Hou er wel rekening mee dat een solidariteitsbijdrage van 2,71% is verschuldigd.

Je kan van deze rsz-vrijstelling enkel genieten voor de eerste 50 dagen dat je werkt als student.

Wil je weten hoeveel dagen je nog kan werken als student, dan kan je een attest downloaden op de website: www.studentatwork.be of consulteren op je smartphone via de app student@work. De student@work-app is gratis te downloaden op de App Store van Apple en de Play Store van Android. Dit attest vermeldt gedurende hoeveel dagen je al bij een andere werkgever als student hebt gewerkt.

Als je aan de slag gaat als student via uitzendarbeid, dan hoef je geen attest te maken. Het uitzendkantoor kan vanaf nu automatisch je resterende dagen checken. Je moet daarvoor bij de ondertekening van het contract wel je geschreven toestemming geven aan het uitzendkantoor.

Indien een student 50 dagen heeft gewerkt met toepassing van de solidariteitsbijdrage, mag hij of zij daarna blijven werken voor ASAP.be, zij het dat vanaf dag 51 normale rsz-bijdragen moeten worden betaald.

Tot einde 2011 werd er een onderscheid gemaakt tussen werken in de zomerperiode (juli, augustus en/of september) én werken tijdens het schooljaar. Dit onderscheid bestaat niet meer.

Studenten die in de loop van een schooljaar hun studies beëindigen en zich bij de onderwijsinstelling laten uitschrijven als student, kunnen vanaf de dag van uitschrijving niet meer genieten van een vrijstelling van rsz-bijdragen, noch als werkstudent tijdens het schooljaar, noch als jobstudent in de zomer.

Studenten die hun studies beëindigen na aflegging van examens kunnen nog werken met rsz-vrijstelling tot en met september, maar niet meer vanaf oktober. Vanaf oktober is er in elk geval geen tewerkstelling meer mogelijk als student en kan je enkel als arbeider of bediende werken.

Verminderde bijdrage van RSZ (voor niet-studenten / schoolverlaters)

Jongeren van minder dan 19 jaar kunnen in bepaalde gevallen worden tewerkgesteld met verlaagde rsz-bijdrage van 5,57%.

Indien je jonger bent dan 19 jaar en niet geniet van een tewerkstelling met vrijstelling van rsz, kan je tijdens het volledige kalenderjaar een onbeperkt aantal dagen werken tegen een rsz-bijdrage van 5,57%.

Opgelet: vanaf het kalenderjaar waarin je 19 jaar wordt, is de normale regeling van de volledige rsz-bijdrage van 13,07% van toepassing.

Vrijstelling van Bedrijfsvoorheffing

Studenten zijn niet onderworpen aan de inhouding van bedrijfsvoorheffing, indien tegelijkertijd aan volgende voorwaarden is voldaan:

  • er is een schriftelijke studentenovereenkomst.
  • de student werkt met vrijstelling van rsz--bijdragen.
Overzichtstabel

Hierbij nog even een globaal overzicht van bovenstaande informatie:

 

STUDENTEN

SCHOOLVERLATERS/ WERKNEMERS

Eerste 50 dagen

Vanaf dag 51

Minder dan 19 jaar

Meer dan 19 jaar

Mogelijke tewerkstellingsperiode

Het hele jaar

Het hele jaar

Het hele jaar

Het hele jaar

Maximumduur

50 dagen

onbeperkt

onbeperkt

onbeperkt

Te betalen RSZ

2.71%

solidariteitsbijdrage

13.07% RSZ

5.57% RSZ

13.07% RSZ

Te betalen bedrijfsvoorheffing

Niets

18%

18%

18%

Sancties

De wetgeving legt bepaalde sancties op indien de wettelijke voorschriften inzake tewerkstelling van studenten niet worden nageleefd:

  • de student kan op elk ogenblik de overeenkomst beëindigen zonder een termijn te moeten respecteren of een vergoeding te betalen
  • de overeenkomst wordt beschouwd als een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur
  • geen vrijstelling van rsz-bijdragen
  • strafrechtelijke geldboete van 50 euro tot 500 euro
  • administratieve geldboete van 25 euro tot 250 euro

3.   Overige sociale en fiscale aspecten

Kinderbijslag

Tijdens de zomermaanden juli, augustus en september wordt het recht op kinderbijslag behouden, ongeacht het aantal dagen of uren dat gewerkt wordt.

Als schoolverlater dien je echter wel rekening te houden met een beperking van 240 uren in het derde kwartaal.

Tijdens de overige maanden van het jaar geldt een beperking van 240 uren per kwartaal om het recht op kinderbijslag veilig te stellen. Ga je over deze grens, gaat het recht op kinderbijslag voor dat kwartaal verloren.

Dus om het recht op kinderbijslag te behouden mag je:

  • in de periode januari tot en met maart maximaal 240 uren werken;
  • in de periode april tot en met juni maximaal 240 uren werken;
  • in de periode juli tot en met september een onbeperkt aantal uren werken;
  • Opgelet: Hou er wel rekening mee dat indien je als schoolverlater meer dan 240  uren werkt tijdens het 3de kwartaal, je voor dit kwartaal geen kindergeld meer zal ontvangen of zal moeten terug betalen.
    • in de periode oktober tot en met december maximaal 240 uren werken.
Ziekteverzekering

Studenten blijven geboekt als persoon ten laste op het ziekenboekje van de ouders.

Werkloosheid

Een student die zijn studies beëindigd heeft, mag nog als student werken tijdens de vakantie die onmiddellijk volgt op het einde van zijn studies.

Om recht te hebben op een inschakelingsuitkering, moet een schoolverlater een beroepsinschakelingstijd van 310 dagen doorlopen. Vanaf 1.01.12 wordt deze beroepsinschakelingstijd niet meer verlengd noch verkort door studentenarbeid. De dagen studentenarbeid gelegen na 31 juli volgend op het einde van de studies, kunnen wel in rekening gebracht worden voor  de beroepsinschakelingstijd. In dit geval neemt de student best contact op met de vakbond of hulpkas om de einddatum van de beroepsinschakelingstijd te kennen zodat geweten is wanneer een inschakelingsuitkering kan bekomen worden.

Fiscaal ten laste

De student blijft fiscaal ten laste indien de student geen netto bestaansmiddelen heeft genoten van meer dan 3.140,00 euro of niet meer verdiende dan 3.925,00 euro belastbaar loon. (inkomstenjaar 2016)

Voor kinderen van alleenstaanden geldt een grens van 4.530,00 euro aan netto bestaansmiddelen of 5.662,5 euro belastbaar loon (inkomstenjaar 2016).

Voor gehandicapte kinderen van alleenstaanden geldt een grens van 5.750,00 euro aan netto bestaansmiddelen of 7.187,50 euro belastbaar loon. (inkomstenjaar 2016)

Het bedrag van het belast bare loon vind je op het loonbriefje van ASAP.be in het midden onderaan. Links staat het bedrag van het brutoloon vermeld en rechts het bedrag van het nettoloon. Het belastbare loon is het brutoloon verminderd met het bedrag van de RSZ- bijdrage of van de solidariteitsbijdrage van 2,71%.

Een inkomen uit een studentenjob wordt voor 2.610,00 euro belastbaar loon (inkomstenjaar 2016) niet meegeteld voor de berekening van de toegelaten bestaansmiddelen van personen ten laste.

Wanneer de student alimentatiegeld ontvangt, wordt dit alimentatiegeld voor 80% meegerekend voor de berekening van hoger vermelde fiscale grenzen. Er is echter een vrijstelling tot 3.140,00 euro netto bestaansmiddelen of dan 3.925,00 euro belastbaar loon. (inkomstenjaar 2016) Alleen het bedrag van het alimentatiegeld boven deze grens wordt voor 80% meegeteld.

Personenbelasting

Van zodra de student in 2016 meer verdient dan 7.420 euro netto bestaansmiddelen is hij of zij zelf personenbelasting verschuldigd.

Veiligheid en gezondheid

Het koninklijk besluit van 19-02-97 tot vaststelling van maatregelen inzake veiligheid en gezondheid op het werk van de uitzendkrachten en de CAO van 09-03-98 wijzigen een aantal regels betreffende veiligheid en gezondheid van uitzendkrachten en dus ook van uitzendkrachten-studenten.

De verantwoordelijkheid inzake veiligheid en gezondheid zal verdeeld worden tussen de inlener en ASAP.be.

De inlener moet aan ASAP.be de nodige informatie verschaffen omtrent de in te nemen werkpost, eventuele risico’s en beschermingsmiddelen.

Deze informatie wordt vastgelegd en doorgegeven door middel van een zogenaamde ‘werkpostfiche’. Deze werkpostfiche is niet verplicht voor uitzendkrachten jonger dan 21 jaar.

Onmiddellijke aangifte - DIMONA

Sinds 1999 kan een tewerkstelling van een uitzendkracht enkel als uitzendarbeid gelden indien zij nog voor de aanvang van de prestaties door het uitzendkantoor aangegeven wordt aan de RSZ.

Tewerkstelling van studenten afkomstig uit een land van buiten de Europese Unie

Voor buitenlandse studenten afkomstig uit een land van buiten de Europese Unie, die studentenarbeid wensen te verrichten, gelden in principe de normale regels inzake het bezit van een arbeidskaart en van een geldig Belgisch verblijfsdocument.

Indien zij in België onderwijs met een volledig leerplan volgen, is het bezit van een arbeidskaart niet nodig tijdens de schoolvakanties (zomervakantie, het kerstverlof en de paasvakantie).

Indien zij in België onderwijs met een volledig leerplan volgen, mogen zij tijdens het schooljaar gedurende maximaal 20 uren per week werken, indien zij een arbeidskaart C hebben bekomen en indien de tewerkstelling het regelmatig volgen van de lessen niet hindert. Deze arbeidskaart C heeft een maximale duur van een jaar en kan worden vernieuwd. De arbeidskaart C verliest haar geldigheid wanneer de student zijn verblijfsrecht verliest: vanaf dat ogenblik zal ASAP.be de tewerkstelling noodgedwongen onmiddellijk moeten beëindigen.

Buitenlandse studenten die in België verlijven moeten in het bezit zijn van een geldig Belgisch verblijfsdocument, opdat ASAP.be hen mag laten werken.

Studenten met een nationaliteit van een lidstaat van de Europese Unie hebben gedurende de eerste drie maanden na hun aankomst in België een recht op kortverblijf. Zij moeten zich dan enkel aanmelden bij de gemeente van hun verblijf, maar zij moeten niet worden ingeschreven.